Nederland

Details

  • Type: Persbericht
  • Datum: 14-8-2013

Uitzenden van werknemers naar buitenland steeds meer in trek 

Het uitzenden van werknemers naar het buitenland raakt bij bedrijven steeds meer in trek. Ondernemingen versoepelen in toenemende mate de voorwaarden waaraan hun werknemers moeten voldoen om uitgezonden te worden en worden bovendien steeds flexibeler in de vergoedingen die zij aan hun werknemers toekennen.

Uit jaarlijks onderzoek van KPMG onder ruim zeshonderd HR-professionals van internationaal opererende ondernemingen blijkt dat ruim 70% van de bedrijven internationale mobiliteitsprogramma’s vooral inzet om hun ondernemingsdoelstellingen te ondersteunen en beter in staat te zijn om de bedrijfsvoering aan passen aan de eisen van deze tijd.

 

Hoewel de bedrijven het belang van ervaring in het buitenland steeds belangrijker vinden, meten de meeste bedrijven in beperkte mate de effectiviteit van dit soort mobiliteitsprogramma’s. De ondernemingen baseren het succes met name op het aantal werknemers dat uiteindelijk vanwege onvoldoende functioneren wordt teruggeroepen uit het land van uitzending.

“De mondiale mobiliteit van werknemers is bij ondernemingen meer in trek dan ooit”, zegt Luydert Smit, partner bij KPMG Meijburg Expatriate Services en specialist op het gebied van internationale mobiliteit. Smit: “Bedrijven maken het hun werknemers dan ook steeds aantrekkelijker om voor kortere of langere tijd in het buitenland te verblijven.”

  

Om het personeel te interesseren voor een verblijf in het buitenland, biedt 60% van de onderzochte bedrijven de werknemer en de partner de mogelijkheid om het land van uitzending vooraf te bezoeken. In de meeste gevallen gaat het hierbij om een periode van vijf tot tien dagen. Veel ondernemingen bieden bovendien ook stellen die beide carrière maken en hun kinderen de mogelijkheid tot een verblijf in het buitenland.

 

Zo helpt één op de vijf bedrijven de partner bij het zoeken van een baan in het buitenland en nog eens 20% vergoedt de opleidingskosten voor de partner. Ruim 40% biedt daarnaast talencursussen aan en nog eens 40% trainingen voor zowel werknemer, partner als kinderen gericht op het bijbrengen van de culturele verschillen. Ruim 70% van de bedrijven compenseert de werknemer bovendien wanneer de fiscale wetgeving in het land van uitzending gevolgen heeft voor het inkomen.

 

Bedrijven blijken de regelingen voor werknemers in het buitenland ook steeds verder uit te breiden. Smit: “Eén van de meeste opvallende veranderingen in de regelingen is dat steeds meer bedrijven een ruimer begrip toekennen aan de term ‘familie’. Ruim 50% van de bedrijven heeft het begrip ‘familie’ inmiddels uitgebreid met een ongetrouwde partner uit het thuisland van het andere geslacht en bijna de helft met een ongetrouwde partner uit het thuisland van hetzelfde geslacht.”

Voor iedere onderneming die op zoek is naar groei in nieuwe of strategische markten is het volgens Smit van groot belang te beschikken over nationale of lokale kennis. Smit: “Het aantrekken van talentvolle arbeidskrachten in het land zelf is weliswaar van groot belang, maar de beschikbaarheid van eigen werknemers die ervaring hebben opgedaan in het land in kwestie bepaalt voor een groot deel de realisatie van de groeiambities van de onderneming in het buitenland.

 

Ondernemingen met een gedegen wereldwijd mobiliteitsprogramma zijn in staat getalenteerde werknemers de mogelijkheid te bieden om in een ander land te wonen en te werken, hun ervaring te verbreden, nieuwe vaardigheden aan te leren en een wereldwijd netwerk op te bouwen. Bedrijfsmatig gezien zijn internationaal ervaren werknemers in staat de horizon van de onderneming te verleggen en meerwaarde te creëren voor lokale klanten en potentiële klanten.”

 

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Andy Bellm, (020) 656 7039.


Het onderzoek kunt u downloaden via deze pagina.

 

Share this

Share this