Nederland

Details

  • Service: Advisory, Risk Consulting, Sustainability
  • Type: Persbericht
  • Datum: 3-7-2012

KPMG: “Boeren kunnen goede boterham verdienen met duurzame soja” 

Boeren in Zuid-Amerika kunnen met een verantwoorde verbouwing van sojabonen een goede boterham verdienen. Hoewel het duurzaam verbouwen van sojabonen volgens de richtlijnen van de RTRS voor de boeren een aanzienlijke investering vergt, kunnen zij die investering binnen enkele jaren terugverdienen. Dat blijkt uit onderzoek van KPMG in opdracht van de Stichting IDH Sustainable Trade Initiative.

Om te voldoen aan de richtlijnen van de Round Table for Responsible Soy (RTRS) voor het duurzaam verbouwen van sojabonen moeten boeren in bijvoorbeeld Brazilië en Argentinië een aantal éénmalige investeringen doen. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om trainingen om de manier van verbouwen te verbeteren, bebossing van de bestaande grond en het opzetten van een solide documentatiesysteem waarin het gebruik van bestrijdingsmiddelen en meststoffen wordt opgeslagen. Daarnaast zijn er terugkerende kosten, zoals de kosten van certificering en controles. “Deze investeringen worden echter binnen een periode van de drie tot vier jaar terugverdiend”, zegt Jerwin Tholen van KPMG Sustainability.

 

Tholen: “Het grootste voordeel voor de boeren komt van de premie die zij krijgen voor elke ton sojabonen die zij op de duurzame wijze hebben verbouwd. We hebben gerekend met ongeveer 1,50 euro per 1.000 kilo bonen. Daarnaast kunnen zij bij hun leveranciers betere prijzen voor hun producten bedingen, kunnen zij onder gunstiger voorwaarden financiering afsluiten voor hun productiefaciliteiten en kan voor kleinere boeren zelfs de oogst van de bonen toenemen. Met andere woorden, boeren die RTRS gecertificeerd zijn, worden binnen de sector beloond voor alle inspanningen die zij verrichten om op een duurzame manier te verbouwen.”

Het voldoen aan de richtlijnen van de RTRS biedt volgens Tholen ook andere voordelen die op die moment niet gekwantificeerd kunnen worden. Tholen: “Voorbeelden daarvan zijn de positieve invloed op de omgeving als gevolg van een andere manier van werken, betere arbeidsomstandigheden en een een betere toegang tot de Europese markten. Daarnaast ondervinden de bedrijven de positieve gevolgen van een verbeterd documentatiesystemen en het professionelere management.

 

Uit het onderzoek blijkt dat boeren in Brazilië en Argentinië die als eerste besloten om zich te confirmeren aan de RTRS-richtlijnen een duidelijke impuls hebben ondervonden van de certificering. Deze bedrijven gaan er dan ook vanuit dat RTRS binnen vijf tot tien jaar de norm zal zijn binnen de sector.”

Het op grote schaal verbouwen van sojabonen in Brazilië en Argentinië werd volgens Tholen tot voor kort in het algemeen in verband gebracht met ontbossing, een verlies van biodiversiteit, arbeidsrechtelijke kwesties en geschillen over eigendom van land.

 

Tholen: “Na een langdurig proces van overleg met de belangrijkste spelers in de sector, de overheid, de wetenschap en de omgeving, is in 2009 een aantal criteria vastgelegd waaraan duurzame verbouwing van sojabonen zou moeten voldoen. Deze criteria moeten ervoor zorgen dat het negatieve imago van sojaproductie wordt verbeterd en dat de belangrijkste bezwaren worden weggenomen, bezwaren die met name betrekking hebben op de gevolgen van sojaverbouwing voor de gezondheid, de veiligheid en het het milieu.

 

Na diverse andere initiatieven om te komen tot een verantwoorde verbouwing, is deze RTRS-standaard de eerste standaard voor een verantwoorde productie van soja die door de markt is geaccepteerd. Zowel de Nederlandse als de Belgische veevoederproducenten hebben inmiddels aangegeven in 2015 alleen nog maar gebruik te zullen maken van leveranciers die zich volledig houden aan de richtlijnen van de RTRS.”

 

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Andy Bellm, (020) 656 7039.

 

Share this

Share this

Volg KPMG Nederland op Twitter