Nederland

Details

  • Type: Persbericht
  • Datum: 19-7-2012

Gerechtshof oordeelt kansspelbelasting bij speelautomaten in strijd met grondrechten 

Het Gerechtshof Amsterdam vindt dat de kansspelbelasting bij speelautomaten strijdig is met de Europees grondrechten. Het hof vindt dan ook dat de fiscus de geleden schade dient te compenseren.

In een procedure die gezamenlijk werd gevoerd door Gaming Legal Advocaten en KPMG Meijburg & Co heeft de belastingkamer van het hof Amsterdam een uitzonderlijk oordeel geveld over de schending van het recht op ongestoorde eigendom. "Het hof heeft in een buitengewoon uitgebreid gemotiveerde uitspraak geoordeeld dat de heffing van kansspelbelasting over de opbrengst van kansspelautomaten in strijd is met het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM)", constateert Dick Barmentlo van KPMG Meijburg & Co.

 

Barmentlo: "Een dergelijke uitspraak komt zelden voor en onderstreept de ernst van de kwestie voor deze bedrijfssector. We zijn dan ook buitengewoon verheugd met deze uitspraak." De belanghebbende heeft door deze uitspraak uitzicht op schadevergoeding. De uitspraak vormt een belangrijke opsteker voor het beroep op het recht op het ongestoord genot van eigendom in de zin van het EVRM en kan er toe leiden dat dit recht ook in andere belastinggeschillen meer kans van slagen heeft. Volgens Bas Jongmans van Gaming Legal Advocaten doet de uitspraak van het hof recht aan de strijd van kansspelexploitanten om erkenning. Jongmans: "Die strijd duurt al jaren. "

 

Per 1 juli 2008 is de kansspelbelasting ingevoerd voor de opbrengst van kansspelautomaten. Het hof vindt dat deze heffing van kansspelbelasting in strijd is met het grondrecht op ongestoord genot van eigendom. In de procedures is uitgebreid feitenonderzoek gedaan naar de impact van de heffing van kansspelbelasting op de bedrijven van belanghebbenden. Het hof komt tot zijn oordeel door de wijze waarop deze wetgeving tot stand is gekomen. Bij de invoering per 1 juli 2008 wist de wetgever dat ten minste een substantieel deel van de exploitanten van kansspelautomaten in een structurele verliespositie terecht zou kunnen komen.

 

Barmentlo: "De wetgever heeft dat risico bewust aanvaard. Het hof is van oordeel dat een dergelijk effect een ernstige inbreuk op het eigendomsgrondrecht van deze exploitanten oplevert. Het vindt die inbreuk zo ernstig dat de wetgever destijds niet heeft kunnen volstaan met het vermelden van een aantal mogelijkheden tot economische compensatie. De wetgever heeft daarbij nagelaten te onderzoeken of de kans op die compensatie reëel was. Daardoor heeft de wetgever de ruime beoordelingsmarge die hij in beginsel heeft, overschreden. En daarom voldoet deze wetgeving niet aan het vereiste van de zogenoemde ‘fair balance’."

 

Belangrijk is daarbij dat het hof geen rechtvaardiging voor het aanvaarden van dat risico heeft gevonden buiten budgettaire overwegingen. Jongmans: "Het hof heeft in zijn overweging ook meegenomen dat deze ondernemers hun onderneming drijven in een door de overheid zeer gereguleerde sector en dat de wetgever geen rekening hield met overheidsmaatregelen, zoals het rookverbod per 1 juli 2008 en de gevolgen daarvan. Bovendien werd geen rekening gehouden met de gevolgen voor de btw van de invoering van de kansspelbelasting."

 

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Andy Bellm, (020) 656 7039.

 

 

Share this

Share this

Volg KPMG Nederland op Twitter