Nederland

Details

  • Industry: Infrastructure, Government and Healthcare, Healthcare
  • Type: Business en sector issue
  • Datum: 29-1-2013

Vijf tips voor zorgprogrammering EPA 

Met maar liefst vijftig aanwezigen was de KPMG Plexus netwerkbijeenkomst ‘Zorgprogrammering voor EPA’ op 1 november 2012 de best bezochte netwerkbijeenkomst EPA tot nog toe. Zorgprogrammering voor EPA is blijkbaar ‘hot’.

Drie zorgaanbieders vertelden tijdens de bijeenkomst hoe zij – in samenwerking met KPMG Plexus - hun zorgpaden hebben vormgegeven en vooral hoe het in de praktijk werkt. Zorgverzekeraars Nederland lichtte toe waarom het zo belangrijk is dat instellingen de EPA-doelgroep in hun systemen inzichtelijk maken (zie tip 5). Tot slot gaf Philippe Delespaul een beschouwing dat zorgpaden een goede start zijn, maar dat het belangrijk is dat EPA-zorg in netwerken rondom de cliënt wordt verleend en niet te sequentieel aangeboden wordt.

De netwerkbijeenkomst heeft veel nieuwe inzichten opgeleverd. In dit artikel geven we u de vijf belangrijkste tips mee.

Tip 1: Wees consistent in afbakening doelgroep
Zorgprogramma Psychotische stoornissen of schizofrenie, zorgprogramma Herstel, zorgprogramma EPA, zorgprogramma Persoonlijkheid, zorgprogramma FACT. Instellingen maken verschillende keuzes voor de vormgeving van de zorgprogramma’s voor de EPA-doelgroep. Soms is er één zorgprogramma voor de betreffende doelgroep, soms onderscheiden instellingen meerdere zorgprogramma’s. Soms sluit de doelgroep van het zorgprogramma 1-op-1 aan bij de doelgroep van de FACT-teams, en soms ook niet.

Het belangrijkste is dat de keuze aansluit bij wat de groep cliënten bindt. Daarom verwachten wij dat een clustering over de verschillende diagnosegroepen heen (bijvoorbeeld een EPA- of Herstelclustering) uiteindelijk de overhand krijgt. Voor de EPA-doelgroep is namelijk vaak niet de diagnose bepalend voor het zorgaanbod, maar de zorgbehoefte van de cliënt. Verder is belangrijk dat er (objectieve) beslisregels zijn voor de in- en exclusiecriteria per onderscheiden doelgroep, zodat duidelijk is welke zorg wordt geboden aan welke cliëntengroep; zonder dit is een consistente afbakening volgens ons niet mogelijk.

Tip 2: Beschrijf ook uitstroomcriteria
Veel instellingen gebruiken de herstelbenadering al als basis voor het de zorgpaden voor de EPA-doelgroep. Participatie in de maatschappij wordt steeds belangrijker. Desalniettemin zien we op dit moment dat veel instellingen nog moeite hebben om EPA-cliënten uit te laten stromen. Een van de redenen is dat er onvoldoende kwalitatieve alternatieven voor de cliënt zijn. Onze verwachting is dat er meer goede alternatieven gaan ontstaan door de opkomst van de basis GGZ .

Ons advies is daarom om nu al in de zorgpaden te beschrijven wanneer cliënten – in een ideale situatie – kunnen uitstromen. Dan kunnen medewerkers hier vanaf de start van de behandeling naar dit doel toe werken en kan de instelling ondertussen in gesprek gaan met ketenpartners. Daarnaast helpen deze uitstroomcriteria bij het voorzien van effecten op de formatie en vastgoed.

Tip 3: Een ambulant aanbod is slechts een 1e stap
Zorgaanbieders starten vaak met het beschrijven en invoeren van ambulante zorgpaden. Een verstandige eerste stap. Alleen… u bent er dan nog niet.

Wij adviseren om in het zorgprogramma voor de EPA-doelgroep het klinisch aanbod op twee manieren mee te nemen:

  1. Ten eerste gaat het om de afstemming tussen ambulant en kliniek bij kortdurende klinische episodes, bijvoorbeeld om een tijdelijke crisissituatie te stabiliseren of om in te instellen op medicatie. In het zorgprogramma kunnen de diverse mogelijkheden van afstemming worden beschreven, inclusief rollen en verantwoordelijkheden van ambulante en klinische behandelaren.
  2. Ten tweede gaat het om het aanbod voor de EPA cliënten die langdurig klinisch verblijven. Door zorgprogrammering voor deze doelgroep toe te passen wordt inzichtelijk gemaakt welke cliënten (en hoeveel) in de toekomst kunnen vermaatschappelijken en welke cliënten niet (klik hier voor een casusbeschrijving).

 

Tip 4: Implementatie bij EPA is echt anders
In de curatieve zorgt brengt implementatie van zorgprogramma’s een logistieke uitdaging met zich mee, doordat de beschreven behandeling op de juiste moment gepland, gegeven en geëvalueerd moet worden. Dit vergt ondersteuning van het secretariaat en goed functionerende werkprocessen.
Bij de implementatie van zorgprogramma’s voor de EPA-doelgroep is logistiek een minder grote uitdaging. De zorg is immers veel minder voorspelbaar.

Implementatie van een zorgprogramma voor de EPA-doelgroep vergt daarentegen wel een cultuurverandering. In de dagelijkse praktijk moet de behandelaar in het denken schakelen tussen de individuele cliënt, het zorgpad waar hij toe behoort en vervolgens weer terug om na te gaan wat dit voor een actie en beslissing betekent. Hierbij is er minder houvast dan bij een volledig uitgeschreven zorgprogramma. De cultuurverandering betreft het feit dat keuzes explicieter worden gemotiveerd en besproken in relatie tot het doel van het zorgpad en dus ook de cliënt.

Tip 5: Start zo snel mogelijk met ‘labellen’ van cliëntengroepen
Veel instellingen willen eerst de zorgpaden helemaal uitgewerkt hebben voordat ze starten met implementatie. Dit is niet altijd noodzakelijk. Zeker bij de EPA-doelgroep is het een overweging waard om eerst zo snel mogelijk de cliënten te gaan ‘labellen’ (indelen in cliëntengroepen). Dit label wordt ingevoerd in het ICT-systeem en vervolgens kan retrospectief worden bepaald welke zorg aan welke cliëntengroep is geleverd.

Deze informatie heeft grote interne voordelen: het bevordert om inhoudelijk te leren, het geeft informatie die behulpzaam is voor het invullen van de zorgpaden en het geeft inzicht in kosten. Tot slot heeft het ook een extern voordeel: je kunt de informatie gebruiken om met ketenpartners, zorgverzekeraars en gemeenten in gesprek te gaan over goede zorg voor de EPA-doelgroep. Belangrijk is dat de segmentatie wel plaatsvindt op basis van cliëntkenmerken en niet op basis van zorgaanbod.

Tot slot: zorgprogrammering is een middel. De toepassing hangt altijd af van de situatie en de keuzes van de organisatie.

 

Meer informatie
Voor meer informatie over zorg voor EPA kunt u contact opnemen met Marjolein Oudshoorn of Maaike Taconis.

 

Share this

Share this