Nederland

Details

  • Industry: Infrastructure, Government and Healthcare, Healthcare
  • Type: Business en sector issue
  • Datum: 15-3-2013

Praktijkvariatie in de Nederlandse ziekenhuissector 

KPMG Plexus heeft sinds medio 2009 onderzoek verricht naar het bestaan van praktijkvariatie in de Nederlandse ziekenhuissector. Bij 'praktijkvariatie' gaat het om de vraag of er verschillen in behandeling bestaan (in dit geval: al dan niet operatief ingrijpen) die niet te verklaren zijn op basis van verschillen in leeftijd of sociaaleconomische status van patiënten.

In de jaren '90 werd dit fenomeen in Nederland herhaaldelijk onderzocht, en bleken er - net als in andere Westerse landen - significante verschillen tussen regio's. In 2009 heeft het Ministerie van VWS KPMG Plexus gevraagd om te onderzoeken of dit fenomeen nog steeds bestaat. Uit het vooronderzoek, naar 15 aandoeningen, bleek dat inderdaad het geval te zijn. In een vervolgonderzoek in 2010 (zie rapport VWS onderaan deze pagina) is dit voor een additionele vier aandoeningen uitgezocht (Benigne prostaat hyperplasie (prostaatvergroting), cataract (staar), hernia nuclei pulposi (rug hernia), ziekten van de adenoïd en tonsillen (amandelen). In dit onderzoek was de vraag van het Ministerie wat de budgettaire consequenties zouden zijn van het terugdringen van ongewenste variatie. Omdat het deel van de ziekenhuiszorg dat is onderzocht relatief klein is, gaat een dergelijke schatting met de nodige onzekerheden gepaard.

Bij het onderzoek naar praktijkvariatie wordt steeds gekeken naar de variatie tussen regio's. Daar waar er meerdere ziekenhuizen bij elkaar in de buurt zijn zegt een dergelijke ratio nog niets over welk ziekenhuis nu verantwoordelijk is voor welk deel van deze variatie. In een recent onderzoek voor Zichtbare Zorg (zie rapport ZiZo onderaan deze pagina), tenslotte, is voor een aanvullende zeven aandoeningen de praktijkvariatie onderzocht en direct gekoppeld aan de 'interventie ratio' van individuele ziekenhuizen.

Het onderzoek naar praktijkvariatie baseert zich op een wetenschappelijk bewezen methodiek (zie de publicaties van met name de Dartmouth groep). Het trekken van conclusies over de verschillen tussen individuele ziekenhuizen dient echter met enige voorzichtigheid te gebeuren, omdat relevante verschillen ook bijvoorbeeld door doorverwijzingen tussen ziekenhuizen kunnen ontstaan, of er registratieproblemen aan de orde kunnen zijn. Ook kan een verschil in interventieratio worden versterkt of verminderd door het verwijsgedrag vanuit de eerste lijn.

Als proxy-indicator voor 'indicatiestelling' gaat het hier om zeer relevante informatie voor medische professionals en ziekenhuisbestuurders. Ook in de zorginkoop zal dit type informatie een belangrijke rol gaan spelen. In het kader van Zichtbare Zorg is de methodiek inmiddels verder verfijnd, waardoor duidelijker inzichtelijk wordt welke rol instellingen spelen in het realiseren van praktijkvariatie. Op basis van declaratiegegevens (Vektis) is in opdracht van Zorgverzekeraars Nederland een nieuwe analyse (zie rapport ZN/Vektis onderaan deze pagina) verricht, waarmee ziekenhuizen en zorgverzekeraars met elkaar de discussie kunnen aangaan.

 

Download de rapporten hier:

 

Share this

Share this