Nederland

Details

  • Industry: Infrastructure, Government and Healthcare, Healthcare
  • Type: Business en sector issue
  • Datum: 29-1-2013

Gaan GGZ-instellingen qua onzekerheden de ziekenhuizen achterna? 

Sinds 1 januari 2013 is de tweedelijns curatieve GGZ definitief overgegaan van financiering op basis van parameters voor extra- en intramurale zorg naar een systeem van prestatiebekostiging op basis DBC’s (Diagnose behandeling combinatie), waarbij 2013 dient als overgangsjaar.

De lopende discussies rondom de dossiers die de GGZ raken zijn complex. Dit wordt niet alleen veroorzaakt door het technische gehalte van de discussies, maar ook doordat de discussies betrekking hebben op meerdere gebieden.


Zonder uitputtend te willen zijn, noemen wij de volgende onderwerpen die op de Bestuurstafel van GGZ instellingen liggen die enerzijds de bedrijfsvoering en eventuele balanswaardering en anderzijds de techniek van de transitie raken met alle onzekerheden van dien.

  • Vastgoed / Verwerking impairment in de sector (mede door afbouw bedden/ ombouw van 30% van de intramurale AWBZ- en ZVW-voorzieningen tot ambulante zorgvoorzieningen (extramuralisering).
  • Wegvallen Agemagelden (convenantsgelden) voor het AWBZ deel.
  • Invoering scheiden wonen en zorg voor ZZP 1 en 2 en Langdurige GGZ gaat over naar naar de Zvw.
  • Vanaf 2013 en in 2014 worden de functies extramurale individuele- en groep begeleiding, dagbesteding en kortdurend verblijf vanuit de AWBZ gedecentraliseerd naar de Wmo. Voor de ggz worden in 2013 ook de inloopfunctie en de jeugd ggz naar gemeenten overgeheveld.
  • Zichtbaar maken van kwaliteit, routine outcome measurement. Indien dit niet voldoende gebeurt leidt dit tot een lagere omzet.
  • Beperking jaarlijkse groei tot 2%, en in werkelijkheid wordt deze vaak door verzekeraars nog lager gesteld in de gesprekken rondom de contractering voor het jaar 2013. Hetzelfde geldt voor de prijsindex.
  • Macro beheersingsinstrument, Met de invoering van prestatiebekostiging kan de overheid minder gemakkelijk ingrijpen als instellingen meer geld uitgeven dan het landelijk budget toestaat. Vanaf 2013 bestaat daarom de mogelijkheid voor de GGZ om het macrobeheersingsinstrument (MBI) in te zetten. Ook blijft de mogelijkheid van een tariefkorting bestaan.
  • Aan de ‘voorkant’ (primaire preventie, triage en behandeling lichte problematiek) speelt de voorgenomen dertig procent volumesubstitutie naar de basis GGZ. Dit vertaalt zich naar schatting in vijf tot tien procent van de omzet van een geïntegreerde instelling.


Deze zaken hebben effect op de toekomstige cashflowprognoses en dientengevolge waardering van posten in de balans zoals waardering vastgoed maar ook kwalitatieve en kwantitatieve personele bezetting. De totale effecten lopen in de miljoenen, maar we zien regelmatig dat instellingen daar nog geen helder beeld van hebben opgebouwd.


Vastgoed
De toenemende dynamiek in de GGZ-markt leidt ertoe dat GGZ-instellingen zich moeten heroriënteren op hun product/markt portfolio en de hiermee samenhangende vastgoedstrategie. Instellingen zullen moeten bepalen welke zorg zij aan wie, waar willen gaan aanbieden en wat dit betekent voor het vastgoed van de instelling. Kan de zorg geleverd worden in het bestaande vastgoed of moet er gehuurd worden? Moet er vastgoed verkocht worden? Kan er vastgoed is samenwerking met andere partijen worden geëxploiteerd? Instellingen zullen hiervoor op basis van mogelijke scenario’s de impact op de exploitatie, de dekking van de kasstromen op de waardering van het vastgoed en uiteindelijk het vermogen van de instelling dienen te bepalen.

Ten aanzien van de impact op (en mogelijke impairment van) het vastgoed onderkennen wij de volgende aandachtspunten:

  • Het bepalen van de omvang van de toekomstige kasstromen als gevolg van bovenstaande ontwikkelingen.
  • Met welke WACC worden de toekomstige kasstromen contant gemaakt?
  • Wat is de waarde van de grond en (eventueel) het bestemmingsplan van de gemeenten?
  • Welk effect heeft de aanpassing van parameters waarmee gerekend wordt (sensitiviteitsberekening)?
  • Wat is de onderhoudsstatus en wat zijn de toekomstige onderhoudskosten? Dient het lange termijn onderhoudsplan aangepast te worden op grond van een eventuele gewijzigde vastgoedstrategie? Bevatten de panden asbest?

 

Alhoewel de NZa voor het jaar 2011 de mogelijkheid heeft gegeven voor een compensatieregeling vaste activa zijn daarmee gezien de eisen die hieraan gesteld waren de problemen bij lange na niet opgelost voor de sector. Ook het bestuurlijk akkoord geeft geen concrete handvatten hoe eventuele vastgoedproblematiek dient te worden opgelost. Het is onduidelijk of stakeholders zich voldoende bewust zijn van de consequenties die in totaliteit op de sector afkomen en de impact die de diverse maatregelen gecumuleerd kunnen hebben.

 

Meer informatie

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Margery Kuikman, partner KPMG Audit.

 

Share this

Share this