KPMG in Belgium operates from seven offices across the country.
We see milk fibers as one of the many tangible and innovative evolutions that characterize our response to a changing world. They show us how creativity and out-of-the-box thinking can help us to re-imagine our future.
Our IFRS training sessions are designed to meet your needs and concerns, all at competitive prices. They include case studies and are led by KPMG professionals with many years of hands-on experience with the application of IFRS in practice.
Sustainable business practices are increasingly becoming an obligation. In 2050, the human race will face the challenge of providing nine billion people with a decent living within the limits of just one planet.
In the current economic and financial climate banks are faced with a multitude of business challenges that need to be addressed.
Public sector organizations regularly rethink the way they operate. By so doing they continue to evolve towards a competitive and dynamic government.
At the beginning of 2013, Trends/Trends-Tendances, in collaboration with KPMG & Partners, advisor to SMEs, conducted a survey to get feedback from the Gazelles on several subjects.
Het betreft een reeks versoepelingen inzake de toepasselijke regels aangaande (elektronische) facturatie. Daarnaast zijn ook de regels inzake opeisbaarheid van de btw en self-billing gewijzigd.
Your journey through the world of KPMG starts here and now.
Find out what kind of jobs we offer to graduates in Audit, Tax & legal, Advisory and Accountancy.
Het afgelopen jaar is er heel wat te doen geweest over wijzigingen in de fiscaliteit voor ondernemingen. Ook voor 2013 zijn er nieuwe maatregelen in het vooruitzicht. Niet in het minst omwille van het recente akkoord over de federale begroting. We vernemen er vandaag meer over.
Welke nieuwe maatregelen zijn van toepassing voor bedrijven ?
Het eigenaardige is dat de maatregelen die werden aangekondigd naar aanleiding van de begroting 2013, en die bedrijven zullen treffen, vooral op zaken slaan die ook al werden gewijzigd in het kader van de begroting 2012. Het gaat dan over de notionele intrest en meerwaarden op aandelen. Ook de roerende voorheffing wordt opnieuw verhoogd.
Laten we beginnen met de notionele intrest. In welk opzicht wordt de regeling gewijzigd ?
Ook deze keer wordt het tarief voor de aftrek van de notionele intrest verlaagd. In 2012 werd de aftrek geplafonneerd op 3% (en 3,5% voor kmo’s). Voor het jaar 2013 zal de aftrek overeenkomen met de gemiddelde rente van de OLO’s op 10 jaar, in het derde kwartaal van 2012. Met andere woorden : de aftrek daalt tot 2,742%. Voor kmo’s lijkt wel een verhoging van het tarief met 0,5% mogelijk te blijven.
Ik merk trouwens op dat de gemiddelde rente van de OLO’s op 10 jaar gedurende de 11 eerse maanden van dit jaar 3,174% bedroeg. Alleen door de periode te beperken tot het derde kwartaal, kon de rente-aftrek voor de notionele intrest dus worden beperkt.
Zal die nieuwe aanpassing gevolgen hebben voor de investeringen in ons land ? Het is op dit moment nog mogelijk om de werkelijke impact van de maatregel in te schatten :
Dat draagt niet bij tot de juridische en fiscale stabiliteit waar multinationals en andere bedrijven op hopen.
Een tweede belangrijke wijziging voor 2013 gaat over de meerwaarden op aandelen…
Dat klopt, maar er is nog maar weinig informatie beschikbaar. Wat we wél weten is dat holdings of grote bedrijven een directe heffing van 0,4% zullen moeten betalen op de meerwaarde op aandelen die worden verkocht. Er zijn een reeks voorwaarden aan deze meerwaardebelasting verbonden. Zo zal de belasting niet aftrekbaar zijn van de vennootschapsbelasting. Bovendien zal er wellicht een minimale basis worden ingesteld, waarop de vennootschap ook geen verliezen zal kunnen inbrengen.
Wat zijn de gevolgen van deze nieuwe belasting ?
Voor bedrijven wordt de fiscaliteit opnieuw een stuk complexer. Meerwaarden geboekt op aandelen die binnen het jaar na aanschaf weer worden verkocht, worden belast aan een tarief van 25%. Als de aandelen langer dan een jaar in portefeuille bleven, bedraagt de meerwaardebelasting 0,4%.
En totnogtoe bleef België voor holdings een zeer aantrekkelijke vestigingsplaats, net omdat er geen meerwaardebelasting was. Met de nieuwe taks, hoe klein ook, daalt die aantrekkingskracht.
Treft die nieuwe belasting ook de individuele belegger ?
Neen. Meerwaarden die door personen worden gerealiseerd, in het kader van een normaal beheer van hun portefeuille, blijven buiten schot. Uiteraard op voorwaarde dat het ook niet om speculatieve handelingen gaat.
Nog een andere aanpassing is die van de roerende voorheffing. Die wordt ook overhoogd ?
Ja, de roerende voorheffing op spaarproducten zoals kasbons, termijnrekeningen en obligaties wordt verhoogd to 25%. Maar dat betekent wel een vereenvoudiging van het systeem dat eerder dit jaar werd ingevoerd. Toen kwam er bovenop de roerende voorheffing van 21% procent een zogenaamde « rijkentaks » van 4% voor grote beleggers, die meer dan 20.020 euro intresten en dividenden ontvangen.
Nu wordt het tarief definitief opgetrokken tot 25% en de heffing zal opnieuw bevrijdend zijn. Dat betekent dat er geen verplichting meer zal zijn om de fiscus in te lichten over het vermogen.
Betekent dit dan dat er geen vermogensbelasting komt ?
Inderdaad. Maar de verhoging van de roerende voorheffing tot 25% slaat nu wel op alle beleggers, en niet enkel op zij die meer dan 20.020 euro aan intresten en dividenden ontvangen. Op gewone spaarboekjes blijft wel de vrijstelling van kracht voor de eerste 1800 euro aan interesten.