Belgium

Details

  • Service: Tax & Legal
  • Type: Business and industry issue
  • Date: 15/05/2012

Federale regering verzacht gevolgen onderkapitalisatieregel voor thesauriecentra  

E-tax flash

Administratie licht nieuwe algemene anti-misbruikbepaling toe

 

De federale regering heeft op haar ministerraad van 11 mei 2012 een nieuw ontwerp van programmawet goedgekeurd dat binnenkort zal worden ingediend in het parlement. Daarin wordt ondermeer de nog maar pas goedgekeurde onderkapitalisatieregel al aangepast om de negatieve gevolgen voor thesauriecentra te verzachten. Ondertussen heeft de administratie een eerste commentaar gepubliceerd op de nieuwe anti-misbruikbepaling.

Aanpassing onderkapitalisatieregel voor thesauriecentra

Pro memorie: de aftrek van betaalde interesten van leningen wordt verworpen indien, en in de mate van de overschrijding, het totale bedrag van deze leningen hoger is dan vijf maal de som van de belaste reserves bij het begin van het belastbaar tijdperk en het gestort kapitaal bij het eind van dit tijdperk.

 

De aftrekbeperking is van toepassing wanneer de werkelijke verkrijgers van de interesten

  • hetzij, gevestigd zijn in een belastingparadijs;
  • hetzij, deel uitmaken van een groep waartoe de schuldenaar behoort.

 

Verzachting negatieve gevolgen voor thesauriecentra

Voor thesauriecentra voorziet het ontwerp van programmawet nu in een netting tussen de betaalde en ontvangen interesten.

 

In het ontwerp komt het begrip thesauriecentra op zich niet voor, maar wordt er gesproken over “financieringsverrichtingen die worden verricht in het kader van een raamovereenkomst voor gecentraliseerd thesauriebeheer binnen een groep”.

 

Het ontwerp definieert gecentraliseerd thesauriebeheer als “het beheer van dagelijkse thesaurieverrichtingen of het thesauriebeheer op korte termijn of uitzonderlijk op lange termijn om rekening te houden met specifieke omstandigheden binnen een normaal thesauriebeheer”.

 

Onder raamovereenkomst moet volgens het ontwerp worden verstaan, “de overeenkomst waarin de vennootschappen die deel uitmaken van een groep, duidelijkheid scheppen over het gebruikte financieringsmodel en de activiteiten binnen het gecentraliseerd thesauriebeheer. Deze overeenkomst moet onder andere bepalen:


a) de activiteiten die tot het dagelijkse beheer behoren en die de vennootschap voor de leden van de groep uitvoert;
b) de wijze waarop uitstaande vorderingen en schulden worden verrekend tussen de vennootschappen die zijn aangesloten bij de bovenvermelde raamovereenkomst;
c) de modaliteiten voor de tussenkomst van de vennootschappen en de gehanteerde interestvoeten”.

 

De term “groep” doelt zoals voorheen op het geheel van verbonden vennootschappen in de zin van artikel 11 van het Wetboek Vennootschappen.

 

In hoofde van thesauriecentra wordt in het ontwerp voorzien dat onder de betaalde interesten van leningen (waarop de onderkapitalisatieregel van toepassing is) moet worden verstaan, het positieve verschil tussen:

  • de betaalde interesten voor de sommen die haar ter beschikking worden gesteld door vennootschappen van de groep, en
  • de ontvangen interesten voor de sommen die ter beschikking worden gesteld aan vennootschappen van de groep.

 

Er mag echter geen rekening worden gehouden met de ontvangen interesten van (o.m.): 

  • financiële instellingen en factoring- en leasingvennootschappen, die deel uitmaken van de groep en gevestigd zijn in de EER;
  • groepsvennootschappen die zijn gevestigd in een belastingparadijs (lidstaten van de EER worden niet geacht een belastingparadijs te zijn).

 

Het thesauriecentrum moet kunnen aantonen dat zowel de betaalde als de ontvangen interesten betrekking hebben op het gecentraliseerd thesauriebeheer en het gevolg zijn van de raamovereenkomst voor dit gecentraliseerd thesauriebeheer.

 

Voorbeeld:

 

Actief (EUR)  

 Passief (EUR)

 
Schuldvorderingen op verbonden vennootschappen  700.000 Kapitaal  100.000
Andere activa  525.000  Overgedragen winst  25.000
    Schulden bij verbonden vennootschappen 800.000
Andere passiva  300.000
Totaal   1.225.000 Totaal   1.225.000

 

Het eigen vermogen is gelijk aan 125.000 EUR (kapitaal: 100.000 EUR + overgedragen winst: 25.000 EUR).

 

De leningen bedoeld door de onderkapitalisatieregel zijn gelijk aan 800.000 EUR.

 

De 1/5de verhouding is overschreden: 800.000 EUR overschrijdt 625.000 EUR (met name 5 x 125.000 EUR).

 

De betaalde interesten op leningen bij verbonden vennootschappen bedragen 4.000 EUR en de ontvangen interesten op schuldvorderingen op verbonden vennootschappen bedragen 3.500 EUR (als hypothese geldt dat alle ter beschikking gestelde bedragen effectief zijn gebruikt voor het gecentraliseerde thesauriebeheer).

 

Volgens de huidige onderkapitalisatieregel moet aan de verworpen uitgaven worden toegevoegd: 4.000 EUR x (800.000 EUR – 625.000 EUR) / 800.000 EUR = 875 EUR.

 

Volgens de bepalingen in ontwerp moet slechts aan de verworpen uitgaven worden toegevoegd: (4.000 EUR – 3.500 EUR) x (800.000 EUR – 625.000 EUR) / 800.000 EUR = 109,38 EUR.

 

Inwerkingtreding

Eerder was al vastgelegd dat de onderkapitalisatieregel in werking treedt op een nog per koninklijk besluit te bepalen datum, maar uiterlijk op 1 juli 2012. Het ontwerp bepaalt dat de wijzigingen voor thesauriecentra in werking treden op 1 juli 2012.

 

Circulaire nieuwe algemene anti-misbruikbepaling

De belastingadministratie heeft op 4 mei 2012 een circulaire (NL) gepubliceerd die de nieuwe algemene anti-misbruikbepaling1 toelicht.

 

Pro memorie: rechtshandelingen kunnen niet aan de administratie worden tegengeworpen, wanneer deze aan de hand van objectieve omstandigheden kan aantonen dat er sprake is van fiscaal misbruik. De belastingplichtige kan het tegenbewijs leveren door aan te tonen dat de keuze voor zijn rechtshandelingen door andere motieven verantwoord is dan belastingontwijking. Indien de belastingplichtige het tegenbewijs niet levert, dan wordt de belastbare grondslag en de belastingberekening zodanig hersteld dat de verrichting aan een belastingheffing wordt onderworpen alsof het misbruik niet heeft plaatsgevonden.

 

De circulaire vat de standpunten samen die de Minister heeft ingenomen tijdens de eerdere parlementaire bespreking van de anti-misbruikbepaling, maar voegt geen nieuwe inzichten of voorbeelden toe.

 


 

1 Art. 344, §1 WIB 1992 en art. 18, §2 W.Reg.

 

Share this