Belgium

Details

  • Service: Tax & Legal
  • Type: Business and industry issue
  • Date: 07/01/2013

Programmawet: de belangrijkste maatregelen op sociaal vlak 

e-Tax Flash
De programmawet van 27 december 20121 voert nieuwe bepalingen in om de misbruiken in de sociale zekerheid tegen te gaan, in het kader van de strijd tegen de detacheringsfraude, maar ook door de invoering van een algemene anti-misbruikbepaling. Ze brengt ook enkele wijzigingen aan betreffende de bijzondere sociale zekerheidsbijdrage voor de aanvullende pensioenen en het regime van de niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen.

Algemene anti-misbruikbepaling in de sociale zekerheid
De programmawet introduceert het begrip rechtsmisbruik in de sociale wetgeving, gebaseerd op de algemene anti-misbruikbepaling in het fiscaal recht. Krachtens de wet « is er sprake van sociaalrechtelijk misbruik wanneer een rechtsonderhorige door middel van een rechtshandeling of een kwalificatie van een rechtshandeling zichzelf, in strijd met de doelstellingen van een of meerdere bepalingen van het sociaal recht, hetzij buiten de toepassing plaatst van deze bepalingen, hetzij onder de toepassing plaatst van deze bepalingen».

 

In dergelijke gevallen is de rechtshandeling of de kwalificatie van de rechtshandeling niet tegenstelbaar aan de sociale zekerheidsinstellingen en de sociale inspecteurs, tenzij er geen sprake is van opzet vanwege de betrokken persoon.

 

Met betrekking tot de bewijslast, voorziet de wet als uitgangspunt dat de instantie die de anti-misbruikbepaling inroept het misbruik ook dient te bewijzen. Het betreft het bewijs van een objectief gegeven.


Misbruiken in de zin van deze bepalingen zullen worden vastgesteld bij koninklijk besluit na advies van de Nationale Arbeidsraad.


Strijd tegen de detacheringsfraude

  • Aanpassing van artikel 31 van de wet van 24 juli 1987

 

Artikel 31, § 1 van de wet van 24 juli 1987 verbiedt de activiteit waarbij werknemers ter beschikking worden gesteld van derden, die deze werknemers gebruiken en over hen enig gedeelte van het gezag uitoefenen dat normaal aan de werkgever toekomt.


Geldt echter niet als uitoefening van gezag (in het kader van een dienstverleningsovereenkomst tussen ondernemingen):

  • het naleven door de derde van de verplichtingen die op hem rusten op het vlak van het welzijn op het werk;
  • de instructies die door de derde worden gegeven in uitvoering van het contract (aannemings- of onderaannemingsovereenkomst) dat hem met de werkgever verbindt, zowel inzake arbeids- en rusttijden als inzake de uitvoering van het overeengekomen werk.


De manier waarop de wettelijke bepaling is geformuleerd, riep echter toepassingsproblemen op, die een bron van misbruik konden zijn. Dit is de reden waarom de programmawet de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en de terbeschikkingstelling van werknemers van gebruikers verduidelijkt om zo een correcte en transparante toepassing van het verbod op de terbeschikkingstelling mogelijk te maken.


Zo wordt er verduidelijkt dat – opdat er geen sprake zou kunnen zijn van de uitoefening van een gedeelte van het werkgeversgezag - het geven van instructies door de gebruiker aan de werknemers dient te gebeuren op grond van een schriftelijk contract dat hij tekende met de werkgever. Bovendien moeten de instructies die kunnen worden gegeven expliciet en gedetailleerd zijn opgenomen in dit schriftelijk contract.

 

  • Rechtsmisbruik in het kader van Europese verordening 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels


Een nieuwe bepaling is ook ingevoerd ter bestrijding van de misbruiken vastgesteld in het kader van de Europese Verordening 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels. Deze verordening voorziet de regels om personen die zich binnen de Europese Unie verplaatsen te kunnen onderwerpen aan het sociale zekerheidsstelsel van één enkele lidstaat, om de cumulatieve toepassing van nationale wetgevingen en de complicaties die daaruit kunnen resulteren te vermijden.

 

Er is misbruik wanneer een mechanisme wordt opgezet om een arbeidsverhouding baat te doen hebben van de voordelen verbonden aan de op de detachering van de werknemer of op de uitoefening van werkzaamheden in minstens twee lidstaten toepasselijke regels.

 

Indien een dergelijk misbruik wordt vastgesteld, zal de betrokken werknemer of zelfstandige onderworpen worden aan de Belgische wetgeving inzake sociale zekerheid, wanneer deze wetgeving in de afwezigheid van misbruik had moeten worden toegepast. De onderwerping aan de Belgische sociale zekerheid kan, in voorkomend geval, gebeuren vóór de intrekking van het door de bevoegde buitenlandse instelling afgeleverde formulier A1 (het is echter twijfelachtig dat deze praktijk in overeenstemming is met de Europese regelgeving).

 

Indien wetgeving van een andere staat had moeten worden toegepast, wordt de vaststelling van misbruik door een Belgische instantie overgemaakt aan de bevoegde instantie van de betrokken staat. De bewijslast van het rechtsmisbruik ligt bij de instantie die het misbruik inroept. De betrokken persoon kan het tegendeel bewijzen.


Aanpassing van de bijzondere sociale zekerheidsbijdrage voor de aanvullende pensioenen
Een bijzondere sociale zekerheidsbijdrage voor de aanvullende pensioenen werd ingevoerd door de programmawet van 22 juni 2012. Gedurende een overgangsperiode treft deze bijdrage van 1,5% de premies (betaald door de werkgever of door een rechtspersoon) die een drempel van EUR 30.000 (voor werknemers en zelfstandigen) overschrijden. In de definitieve regeling (uiterlijk 1 januari 2016), zal de bijdrage verschuldigd zijn wanneer de som van het wettelijke pensioen en de reserve inzake aanvullend pensioen omgezet in een maandelijkse rente hoger is dan de "pensioendoelstelling”.


De nieuwe wet verduidelijkt de wijze van berekening en de inning van de bijdrage. Wat betreft de berekening, wordt voortaan verwezen naar de bedragen toegekend aan de rekeningen met betrekking tot de opbouw van een aanvullend pensioen/overlijdensdekking of, bij gebrek daaraan, tot de veranderingen in de reserves, of naar de premies met betrekking tot de dekking bij overlijden.


Daarnaast zal rekening worden gehouden met de gegevens van het voorgaande jaar om te bepalen of de bijdrage verschuldigd is en om ze te berekenen.


Er wordt ook verduidelijkt dat veranderingen in de reserves die overeenstemmen met de fiscaal neutrale overdracht van interne provisies, niet in aanmerking worden genomen om te bepalen of de drempel van 30.000 EUR wordt overschreden noch om de bijdrage te berekenen.

 

Niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen
Sinds 2008 kunnen bedrijven een systeem implementeren van loonbonussen/niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen, dat geniet van een zeer voordelig fiscaal en sociaal regime. Dit systeem bestaat uit de toekenning van een bonus als de voorafgaandelijk vastgelegde doelstellingen worden bereikt na afloop van een referteperiode.


De programmawet brengt de volgende wijzigingen aan dit regime:

  • Het jaarlijkse plafond wordt verhoogd van 2.200 EUR (geïndexeerd 2.430 EUR voor 2012) naar 3.100 EUR;
  • De bijzondere werkgeversbijdrage in de sociale zekerheid van 33% wordt gehandhaafd. Een nieuwe solidariteitsbijdrage van 13,07% ten laste van de werknemer wordt toegevoegd.


Deze wijzigingen treden in werking op 1 januari 2013. De RSZ heeft ons telefonisch bevestigd dat de solidariteitsbijdrage van toepassing is in alle gevallen (dus ook voor de bonusplannen met een referteperiode in 2012 en een uitbetaling in 2013). Deze opvatting mag ook blijken uit de vragen van de parlementsleden en van het antwoord van de minister tijdens de bespreking in de bevoegde Kamercommissie (doc 2561/008 blz. 48 ev.).

 

 

 

1 Belgisch Staatsblad van 31 december 2012.

 

Share this